De normale taalontwikkeling verloopt in verschillende fases. Bij sommige kinderen kent deze ontwikkeling een vertraagd of een afwijkend verloop.


Bij een vertraagde taalontwikkeling is er een gelijkmatige achterstand van de verschillende taalaspecten. Het begrijpen én het spreken van de taal vertoont éénzelfde achterstand.

Bij problemen met het begrijpen van de taal hebben kinderen bijvoorbeeld moeilijkheden met het begrijpen van gebaren op jonge leeftijd, het aanwijzen van voorwerpen en plaatjes, het uitvoeren van opdrachten of het beantwoorden van vragen.

Als er zich moeilijkheden voordoen op het gebied van het spreken kunnen er zich moeilijkheden voordoen op het gebied van de taalvorm (korte zinnen, foute woordvolgorde, weglaten van zinsdelen,…), de taalinhoud (beperkte woordenschat, moeite met het vinden van de juiste woorden,…) of het taalgebruik (begrijpen van verhalen gaat moeizaam, weinig verhalen vertellen, moeite om de beurt af te wachten of te nemen, …).

Bij een gestoorde taalontwikkeling zien we geen samenhangend beeld en vertoont de taal van het kind kenmerken die niet in één bepaalde taalontwikkelingsfase thuishoren.

Enkele kenmerken:

  • het taalbegrip is veel beter dan de taalproductie

  • het kind maakt versprekingen: /kous/ voor /schoen/

  • het taalgebruik is niet aangepast aan de context

  • het kind kan niet inschatten wat de luisteraar reeds weet


Door een taalontwikkelingsstoornis kunnen leerstoornissen en sociaal-emotionele problemen ontstaan. Vroege detectie én begeleiding is aldus essentieel.

Het is belangrijk om te weten dat een meertalige opvoeding niet automatisch leidt tot een taalstoornis. Het spreken van meer dan één taal brengt kinderen meestal niet in verwarring. De meeste kinderen leren zich vlot uitdrukken in verschillende talen. Bij een kind met een taalontwikkelingsstoornis zal die stoornis zich echter wel in de verschillende talen manifesteren.